Optreden Buitenhof

Welkom op uw sollicitatiegesprek, meneer eh…de Vries?
De werkloosheid onder jongeren neemt flink af, behalve onder allochtonen. Werkgevers weten deze jongeren onvoldoende te bereiken en de allochtone jongeren lukt het niet om banen en stageplekken te vinden. Wat is er aan de hand? Kun je in Nederland misschien maar beter De Vries onder je sollicitatiebrief zetten in plaats van Ibrahim?
Minister Donner wil op zijn ‘participatietop’ extra aandacht geven aan de problemen rondom deze groep. Buitenhof neemt een voorschot: een debat over de kansen van allochtone jongeren op de arbeidsmarkt met Yesim Candan (De Baak), Rahma el Mouden (MAS Dienstverleners) en Gürkan Çelik (Cosmicus).
Yesim Candan hekelt de slachtofferrol en vindt dat allochtonen moeten redeneren en handelen vanuit hun eigen kracht. Omdat zij met haar wedstrijd ‘Inspiratie voor integratie’ een impuls wilde geven aan nieuwe beeldvorming, bedacht zij ook een nieuw woord: ‘bicultureel’ in plaats van ‘allochtoon’ want dat laatste heeft een negatieve lading gekregen. Candan denkt dat er een kloof is in Nederland. “Bedrijven willen getalenteerde biculturele jongeren wel aanstellen, maar kunnen ze niet vinden. Aan de andere kant speelt de slachtofferrol waar biculturele jongeren vaak in hangen een rol,” zegt Candan.Gürkan Çelik denkt dat het grote probleem met arbeidsparticipatie voor hoogopgeleide allochtone jongeren is dat a) de werkgevers ze inderdaad niet kunnen vinden en b) allochtone jongeren met een microscoop worden bekeken. “Ze moeten zich dubbel bewijzen”, vindt Çelik.
Rahma el Mouden wijst er op dat hoogopgeleide allochtone jongeren vaak een baan onder hun niveau accepteren of liever voor zichzelf beginnen. Ze heeft gemerkt dat, met name na de moord op Theo van Gogh, veel jonge hoogopgeleide allochtonen overwegen om te vertrekken uit Nederland.
Çelik mist een zelfreflectieve houding bij biculturele jongeren. “Wie discrimineert nou wie als je met een beschuldigende vinger naar de ander wijst”, zegt hij. “Je moet met de resterende vier vingers naar jezelf wijzen.” Hij is echter net als El Mouden voorstander van een voorkeursbeleid voor biculturele jongeren omdat ze voorlopig dat steuntje in de rug nog nodig hebben. “En omdat er ook een verantwoordelijkheid voor de werkgevers ligt”, voegt El Mouden toe.
Candan vindt dat belachelijk en zij is er van overtuigd dat we in Nederland moeten ophouden met “betuttelen”. “Ik vind een voorkeursbeleid heel erg, want het maakt mensen passief en je creeert juist weerstand in de maatschappij. Het besef moet doordringen dat je rijk bent door twee culturen en dat je moet uitgaan van je eigen kracht”, zegt zij.
Het bedrijfsleven zou wel de meerwaarde moeten gaan zien van diversiteit. “Geef bedrijven die actief met diversiteit bezig zijn een prijs als beloning. Met geld belonen bereik je niks”, vindt Candan

De documentaire

Weg van de barricaden
De drijfveren van de netwerkgeneratie

In 2010 gaat Joop Hazenberg de maatschappelijke betrokkenheid van zijn generatie in beeld brengen. Letterlijk, in een documentaire van 50 minuten. Hoe vaak is hem niet gesteld dat de netwerkgeneratie egoïstisch, lui, verwend en gemakzuchtig is? Laatst nog weer op Radio 1. Tijd voor actie, in de eerste plaats om de beeldvorming over ‘die apathische jongeren’ weg te nemen. Maar vooral om te laten zien dat Nederland de goede richting opgaat, borrelt en bruist van de energie, en een samenlevingsmodel krijgt waarin geen plek is voor gesubsidieerde clubs en grootschalige overheidsprogramma’s.

Voor de netwerkgeneratie zijn de middelen geen barricaden en bewegingen, maar netwerken en persoonlijke participatie. Under the radar verbeteren zij elke dag weer Nederland Zij verkiezen idealen boven belangen, van duurzaamheid tot verbinding, van politieke vernieuwing tot bezinning. Tientjeslid worden van Greenpeace? Meedoen in vakbondsdemonstraties? In commissies van politieke partijen meedenken? Hm. De jonge idealisten dachten van niet. Zij zijn bij uitstek de belichaming van de enorme verschuiving van het collectieve naar het individuele, maar zijn daardoor vaak nogal onzichtbaar in de framing van politiek en media.
Hoogste tijd, zeker in deze crisistijd, om de stille krachten van de maatschappelijke betrokkenheid versie 2010 bloot te leggen. Maar Hazenberg heeft ook kritische vragen.  Wat betekent deze totaal andere invulling van maatschappelijke betrokkenheid voor het Nederland van de 21ste eeuw? Is er nog ruimte voor de oude instituten (en de verzorgingsstaat), of zullen die onherroepelijk verdwijnen? Komt Nederland uiteindelijk uit de economische, mentale en systeemcrisis dankzij het nieuwe bottom-up netwerk waar de twintigers en dertigers zo hard aan bouwen, of is meer (ouderwets collectieve) actie onontbeerlijk?
In de documentaire Weg van de barricaden gaat Joop Hazenberg op zoek naar een antwoord op deze cruciale vragen. Hij brengt een aantal leeftijdsgenoten in beeld die concreet invulling geven aan hun idealisme, zoals Aart van Veller (wij zijn koel), Ruben van Zwieten (Zingeving Zuidas), Yesim Candan (Partij één) en een vrijwilliger van de IMC Weekendschool. Zie de profielen hieronder.
Als contrast laat Hazenberg zien hoe de gevestigde orde van overheid, media en maatschappelijke organisaties werkt volgens oude structuren, maar wel naarstig op zoek is naar vernieuwing en visie. Ook is er aandacht voor de maatschappelijke uitdagingen van vandaag en morgen, en de potentie van zowel de netwerkgeneratie als de gevestigde orde om oplossingen en visie te bieden.

Het is de bedoeling de documentaire dit jaar nog uit te brengen op een festival, via een mediapartner te distribueren en op Youtube uit te zenden. Ook zal Weg van de barricaden in een tour door het land worden vertoond bij overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en onderwijsinstellingen.
Meer weten over het project? Meedoen? De documentaire willen uitgeven, vertonen, voor een smak geld opkopen? Of gewoon een bijdrage leveren in de crowdfunding? Mail. Bel. SMS. Twitter. Contactgegevens op deze site! En volg natuurlijk de komende maanden de blog van Change Generation.
De hoofdpersonen
Aart van Veller (25) is oprichter van Wij Zijn Koel, een adviesbureau op gebied van duurzaamheid. Ik ken hem van een boottocht-brainstorm van de Worldconnectors. Aart is geen hardcore geitenwollensokkentype. Eerder een ambitieuze ondenemer, gecombineerd met een drive om iets met duurzaamheid te doen. ‘Fuck, er is wat aan de hand,’ realiseerde hij zich op zijn zeventiende toen hij het oude Club van Rome-rapport las over het einde aan de groei.
Na een wereldreis en een studie economie liep de hobby van de groene handjes-uit-de-mouwen van Aart uit de hand. In 2006 adviseerde hij het bureau Pepperminds om klimaatneutraal te gaan opereren – ‘de eerste keer dat ik hoorde van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’. Voor het Climate Change College stond hij met kauwgom in zijn mond op de Noordpool te filmen en sleepte daarna doodleuk bij MTV een adviesopdracht binnen. Nu, drie jaar later, heeft Aart van Veller vijftien man in dienst in een holding waar Wij Zijn Koel slechts een onderdeel van is. Bedrijven en instellingen, ook multinationals, staan zo ongeveer in de rij om zijn duurzaamheidsadviezen te bemachtigen.
Wat is zijn droom? vraag ik hem in zijn Amsterdamse grachtenpand ‘De Groene Bocht’, terwijl er 4 watt ledlampjes worden geïnstalleerd en duurzame vloerbedekking uitgerold.  ’In 2015 zitten we in de Verenigde Staten en in China. Daar gebeurt het immers op gebied van duurzaamheid. We hebben in Nederland dan tien, twintig Groene Bocht-panden vol groene bedrijven. En 640 A-merken worden klimaatneutraal geproduceerd.’
Tot zover de tekst. Nu ga ik Aart volgen, de komende maanden. Ik wil zien hoe hij klanten van concreet – en uitvoerbaar – duurzaamheidsadvies voorziet. Ik wil weten in wat voor netwerken de jonge ondernemer vertoeft. En hoe hij met zijn ondernemingsmentaliteit een heel hyperig en moeilijk te vatten ideaal omzet in echte verbetering.
Ruben van Zwieten (26) is dominee aan de Zuidas. Pardon? Ja, u leest het goed. Geloof en bezinning in het Hollandse hart van de kredietcrisis, de internationale rat race om geld en aanzien, roof, bedrog en shareholders value. Het is mogelijk. Ruben is ook nog eens oud-praeses van de Leidse Studenten Vereniging van Minerva. Een old boys vicar, die zijn dagelijks brood verdient metrecruitment strategy vanuit de Herengracht. Wow.
Tot zover het gespeelde cynisme. Want toen ik begin 2010 Ruben tekeer hoorde gaan op een
bijeenkomst, dacht ik gelijk: die jongen is niet bang en heeft een héél eigen visie, waarmee hij rechtstreeks tegen de tijdgeest en de haren van de corporate executives instrijkt. Ik had al over hem gelezen in de NRC, waar hij vlak voor Kerst tot een van de beloftes van mijn generatie werd gebombardeerd. Voor de BBC heeft Ruben ook al mogen optreden: ‘Ruben has found ways to make Calvinism cool’.
Wat heeft de reverend op de Zuidas te zoeken? En waarom gaat hij niet in het klassieke kerkelijke systeem werken om straks het huwelijk van HKH prinses Amalia in te mogen zegenen? Dat ga ik uitzoeken. Ik wil allereerst weten waarom bedrijven als Akzo Nobel, ING, APG, Stibbe, Houthoff Buruma en Ernst&Young het project Zingeving Zuidas steunen. Waarom de medewerkers van die kantoorkolossen Rubens bijbelklassen bezoeken, ook al zijn ze niet gelovig. (Volgens hemzelf: ‘omdat de Bijbel gaat over wat er gebeurt op die vierkante meter tussen twee mensen.’) Waarom begin juni, (wederom ben ik gespeeld cynisch) tuig uit Slotervaart vrijwillig gaat voetballen met kantooryuppen met te grote zonnebrillen en fout poeder tussen de neusschotten.
Kortom, waarom bindt Ruben van Zwieten mensen, betrekt hij ze succesvol bij ‘ouderwetse’ religie, en doet hij dat op een vernieuwende, toegankelijke wijze?
Yesim Candan (34) is oprichtster van de politieke partij één. Nog voor de val van het kabinet had deze oud-medewerkster van De Baak haar politieke coming-out op de Big Improvement Day, na jaren van voorbereiding. Wij delen de volgende droom: Nederland is een kansrijk land. Een land met een invloedrijke positie op de wereldmarkt. Met een enorme diversiteit aan ondernemende en creatieve mensen, in het bezit van veel voorraden op het gebied van energie, water en landbouwproducten en met een vooruitstrevende kenniseconomie. Een land dat zich niet laat beheersen door angst en negativiteit. Een vitaal en levenslustig land, dat de toekomst met een positieve instelling beïnvloedt. Waarbij welzijn van mens, dier en milieu het uitgangspunt is.
Ik klikte de video weg, blij dat ze de stap had gezet. Yesim had ik eind 2008
leren kennen toen ik met denktank Prospect was begonnen. Haar club had denkkracht nodig, veel denkkracht, vanuit de nieuwe generatie. Ik heb het verzoek afgeslagen. Prospect wil zich bij uitstek niet verbinden aan een politieke stroming/beweging/onderneming, hoe sympathiek ook. Maar natuurlijk was Yesim er zonder onze hulp gekomen, zo bleek wel uit de trotse aankondiging van Partij één.
En toen flikkerde het kabinet in elkaar, als een verkeerd gebakken pudding die met satéstokjes overeind werd gehouden. Het was 20 februari, partij één bestond net een maand. Wat zou Yesim gaan doen? Meeedoen aan de nieuwe verkiezingen? En: zou ze mee willen doen aan mijn documentaireproject? Ik heb het haar meteen gevraagd. Want ik had natuurlijk ook nog een Turkse ondernemende vrouw nodig, anders kon ik nergens subsidie aanvragen…
En nu ga ik haar volgen. In mijn uppie, camera in de hand, slimme vragen in het hoofd. Tot aan de verkiezingen van 9 juni, misschien ook daarna. De startbijeenkomst in een superhip gebouw in Amsterdam (locatie was geheim) beloofde in ieder geval veel goeds. Dit wordt sowieso een mooi verhaal vol bevlogenheid, voornamelijk vanwege die jonge moeder die zonder ook maar een dag politieke ervaring het partijlandschap in polderend Nederland wil opschudden. ‘We gaan ervoor,’ zei ze in die zaal tegen de circa dertig vrijwilligers van partij één. ‘Op weg naar nieuwe politiek!’  Yesim moet nu in 30 kiesdistricten 570 steunbetuigingen vinden. Dat is de eerste grote horde. Maar het gaat haar lukken, net als al die andere blokkades op weg naar vijf kamerzetels. ‘De samenleving werkt horizontaal. Maar de politiek verticaal. Dat is de kans van partij één. Wij maken de verbinding.’
De IMC Weekendschool
Ik ga een vrijwilliger van de IMC Weekendschool volgen, een jonge werkende man/vrouw die in zijn vrije tijd les geeft aan gemotiveerde kinderen uit achterstandswijken. Omdat die naast het werk ook iets voor de samenleving wil doen. Over het ontstaan van de Weekendschool spreek ik met oprichtster Heleen Terwijn, ik zal haar ook vragen welke weerstanden zij heeft moeten overwinnen om deze hardcore civil society instelling (geen overheidssteun) van de grond te krijgen. Daarnaast ga ik ook filmen bij een bijeenkomst van het alumni-netwerk. Hoe hebben de kinderen het ervan afgebracht na hun periode bij de Weekendschool?
En verder…
Wil ik een aantal leden van de gevestigde orde spreken. Over hun werkwijze, visie op Nederland en de netwerkgeneratie. Of zij vinden dat er sprake is van een generatiekloof. En of hun eigen instituten nog wel toekomst hebben.
Ik denk onder meer aan Saskia Stuiveling, president van het college van de Algemene Rekenkamer, die in een interview zei dat haar generatie ‘niet moet vasthouden aan de macht en aan het afbrokkelend gezag van onze instituties.’ Andere goede kandidaten, typeusual suspects, zijn Alexander Rinnooy Kan, nog heel even voorzitter van de Sociaal Economische Raad, en Agnes Jongerius, voorzitter van de Vakcentrale Federatie Nederlandse Vakbeweging, annex Moeder Teresa, annex Machtigste Vrouw van Nederland.
Bron: http://www.changegeneration.nl/?page_id=166

Frisse ideeën om de integratie te bevorderen.

door Rob Pietersen: Trouw 01-03-2007
Inspiratie voor Integratie is een wedstrijd van De Baak, managementscentrum van VNO-NCW.
In de Idols-achtige competitie kwamen 125 kandidaten opdraven met originele gedachten om allochtonen uit het verdomhoekje te halen. Onder het motto: „Bicultuur is geen handicap maar een kracht.”
Vijftien jonge ondernemers werden aangespoord met hun goede ideeën aan de slag te gaan. Er gingen jongeren naar een gevangenis om ze wakker te schudden, er werd een computerspelletje ontwikkeld (de inburgeringsgame), er komt een interreligieus benefietconcert, een multicultureel toneelstuk, een virtueel integratiemuseum en een ’National Dutch Day’.
„Dit is een nieuwe generatie”, zegt Yesim Candan trots. Zij is namens De Baak initiatiefneemster en bedenkster van Inspiratie voor Integratie (IVI). „Onze finalisten zijn het ook zat in een hokje te worden gepropt, met een stempel op je voorhoofd. Ze zijn het zat als allochtoon te worden benaderd en zich altijd te moeten verantwoorden. Dankzij hun inspiratie moet er een sneeuwbaleffect ontstaan. Zij zijn de rolmodellen. Zij moeten de kracht van de biculturelen uitstralen”, aldus de in Nederland geboren Turkse.
De finalisten kregen de afgelopen maanden workshops, ze werden uitgedaagd om hun projecten zo goed mogelijk te organiseren en te verkopen. Candan voelt de motivatie bij de finalisten, ze herkent de slechte ervaringen, de ongerustheid of woede die vaak tot extra inspiratie leidden.
Als de Turkse, als voormalige studente van Nijenrode, destijds met een rood wijntje in haar hand stond mee te borrelen, werd haar gevraagd of dat van haar godsdienst wel mocht. Als ze vertelde zich in hart en nieren een Turkse voelt, dan stuitte ze ook op onbegrip. „Nationaliteit heeft niets te maken met waar je bent opgegroeid. Het gaat erom wie je heeft opgevoed. Je kunt me toch niet vragen mijn roots te verloochenen? Het wordt tijd dat mensen hun oogkleppen eens af doen. Zo kun je het als bicultureel toch nooit goed doen?”
De vooroordelen, de oogkleppen… Dát stimuleert haar. „Net als die man die ik pas tegenkwam. Hij was hoogleraar in Marokko, maar komt hier al vier jaar nergens aan de bak. Toen ik zijn verhaal hoorde, toen hij om hulp vroeg, kreeg ik een brok in de keel. Of die Turkse MBA-student die hier asbest opruimt. Dat is gewoon van de zotte.”
 
Bron: http://www.inspiratievoorintegratie.nl/Trouw01032007/tabid/429/Default.aspx

New Leadership

We leven in economisch, ecologisch, sociaal en politiek woelige tijden, die veel problemen met zich meebrengen en tegelijkertijd ruimte scheppen voor nieuwe inzichten. Er is behoefte aan nieuw leiderschap. De vraag die centraal staat in de komende DINSDAG-bijeenkomst is: welk leiderschap is nodig in deze tijd van financiële instabiliteit, complexe milieuvraagstukken en culturele diversiteit?
Ook deze keer maakt u weer kennis met inzichten en opvattingen van drie deskundige sprekers, die vervolgens graag met u in gesprek gaan om het onderwerp uit te diepen door het voeren van discussies in kleinere groepen.
Sprekers:
Yesim Candan
Yesim werkte jaren bij De Baak Managementcentrum VNO-NCW. Zij ontwikkelde de wedstrijd ‘Inspiratie voor Integratie’, een initiatief dat de kracht en meerwaarde van biculturaliteit voor het bedrijfsleven duidelijk maakte. In 2009 startte zij haar eigen bedrijf ‘Yes I Am’ en onlangs richtte zij de nieuwe politieke Partij Een op (www.partijeen.nl).
Peter Merry
Mens, auteur, spreker, global activist, leider, consultant, trainer, synnervator, human ecologist, vader, volkszanger, theater director, echtgenoot, energiewerker…. Oprichter van Engage! (www.engagency.nl) en van het Center of Human Emergence (www.humanemergence.nl).
Deze presentatie is engelstalig.
Niels Koldewijn
Oprichter van Fairground en van het internationale programma New Earth Leaders, gericht op leiderschap en organisatieontwikkeling voor jonge professionals (www.earthcharter.nl).
Moderator: Janneke Verwey (New Energy Docks)
Bron: http://www.dezwijger.nl/page/15989/nl

turks-nederlandse-rolmodellen

In de media gaat de aandacht vooral uit naar allochtonen die moeizaam integreren. Stichting De Nieuwe Generatie laat daarom in haar boek ‘Turkse afkomst, Nederlandse toekomst’ 47 succesvolle Turken aan het woord die iedereen, autochtoon of allochtoon, tot voorbeeld kunnen strekken. 

Het boek wordt op 27 mei 2010 om 18.30 uur gepresenteerd op de Universiteit Utrecht en overhandigd aan bestuursvoorzitter Yvonne van Rooy. De Turkse ambassadeur in Nederland, Ugur Dogan, zal de openingsspeech verzorgen. En Atilla Aytekin, directeur van Triodor Software, zal een reactie geven op het boek. Zijn softwarebedrijf vertegenwoordigde op 26 april het Nederlandse bedrijfsleven op een ondernemerscongres van de Amerikaanse president Barack Obama. 

Journalisten en andere belangstellenden worden uitgenodigd om op 27 mei met de geïnterviewden te spreken. “Ze zijn nog lang niet uitgepraat”, zegt eindredacteur Steven de Jong. “Vraag ze dus gerust het hemd van het lijf.” Het boek gaat over maatschappelijke rolmodellen, maar daar ontbrak het doorgaans aan bij de geïnterviewden. “Zelf had ik er geen een”, zegt beleidsmedewerkster Gülhan Akdemir (1983) in het boek. “En daarom deed ik extra mijn best.” 

Ondernemers, wetenschappers en topambtenaren

Gemakkelijk was hun loopbaan niet, zo blijkt uit de interviews. En daarom willen ze allochtonen die wat meer moeite hebben met het veroveren van een plaats in de samenleving inspireren. Niet door te betuttelen, maar door hun eigen levensverhaal met hen te delen. In het boek komen 47 carrières aan bod, waaronder die van professor Mehmet Aksit, marechaussee Mustafa Bal, kandidaat-Kamerlid Yesim Candan, muzikante Karsu Dönmez, officier van justitie Ayla Ekiz, miss Nederland Deniz Akkoyun, studentvoorzitter Halil Karaaslan, bankdirecteur Ugur Pekdemir, topondernemer Atilay Uslu en financieel analist Mustafa Soykan die als student een beurs van twee ton weigerde omdat hij wars is van positieve discriminatie. 

Ga uit van je talent

Stuk voor stuk mensen die belangrijke posities innemen in de Nederlandse samenleving, maar ook gezichtsbepalend willen zijn voor de Turkse gemeenschap. “Het hebben van een dubbele achtergrond creëert extra mogelijkheden”, zegt Abdullah Çakir (1983). Maar de projectmanager bij Boer & Croon benadrukt wel dat je uit moet gaan van je eigen talenten. “Wéés gewoon wie je wilt zijn.” 

Kijk naar onze toekomst

Deze portrettengalerij schetst een fascinerend en authentiek beeld van de ambities, talenten en passies van Turkse Nederlanders als rolmodellen, schrijft professor Guus Extra in het voorwoord. Volgens de hoogleraar Multiculturele Samenleving aan de Universiteit van Tilburg effenen de geïnterviewden het pad voor Turkse jongeren die aan het begin staan van hun loopbaan. “De publicatie biedt daarmee ook een tegenwicht aan het eenzijdige beeld over nieuwkomers in Nederland, waarbij problemen en achterstanden voorop staan en benutte kansen en succesvolle loopbanen onderbelicht blijven.” 

Voorzitter Erdinç Saçan van Stichting de Nieuwe Generatie noemt de geïnterviewden rolmodellen, die stuk voor stuk in zichzelf geloven. “En dat ook van de samenleving vragen: kijk niet naar onze afkomst, maar naar onze toekomst.”  

Meer informatie: http://www.turkseafkomstnederlandsetoekomst.nl
Bron: http://www.nieuwegeneratie.net/nieuwsmeer_14_nieuw-boek-presenteert-47-turks-nederlandse-rolmodellen.html

Carriere voor alles?

Uitzending gemist? Klik hier ! 
Moslimvrouwen zijn doorgaans op televisie veel minder zichtbaar dan mannen. De NMO brengt hierin verandering met de introductie van de vierdelige serie VIP. Aan de klassieke betekenis van Very Important Person voegt de NMO een scala aan nieuwe waarden toe: Visie Islam Positie, Vrouwen Intelligentie Power, Vrijheid Idealen Passie, en nog veel meer. VIP wordt gepresenteerd door Ceylan Pektas-Weber.
 
In deze tweede aflevering van het programma VIP zoomt presentator Ceylan Pektas-Weber in op de keuzes die moslimvrouwen maken wat betreft hun positie in de wereld. Wordt het studie en loopbaan of kinderen thuis? Wie bepaalt wat er te kiezen valt? Welke strategie kan de vrouw inzetten om haar doel te bereiken? Hoe kan zij de balans thuis bewaren? In deze uitzending spreekt Ceylan Pektas-Weber met 3 nieuwe VIP-vrouwen: Yesim CandanManon Moussa en Gyzlene Zerouale. Lees hieronder meer over onze VIP-vrouwen.
Yesim Candan
“Er zijn veel mensen die je dromen willen afpakken, jij mag dat niet laten gebeuren”. Dat Yesim niet bang is voor grote dromen bewijst ze in haar werk. Daags voor de opnames voor dit programma hield ze voor een volgepakte beurszaal een succesvolle promotiespeech voor de nieuwe politieke partij waar zij de motor achter is: Partij1 (klik hier). Met deze partij wil Yesim de saamhorigheid in Nederland bevorderen en mensen op hun gemeenschappelijke verantwoordelijkheid wil aanspreken. Het samenbrengen van mensen is al een leven lang haar missie. Yesim staat op dit moment op een kruispunt van wegen. Ze zorgt voor het 1-jarig dochtertje dat ze met haar fulltime werkende echtgenoot heeft. Achter haar liggen economische opleidingen en een jarenlange inzet voor De Baak (projectleider Inspiratie voor Integratie, klik hier), vóór haar ligt de toekomst van Partij1 en van haar eigen stichting Yes I Am (klik hier).
Manon Moussa
Manon verzorgde samen met Fatima (gast in Vip1) de hoofddoek van Ceylan Pektas-Weber. Speesjaal (klik hier) is het eigen bedrijf van Manon en Fatima. Maar met haar Tunesische echtgenoot heeft Manon ook een bedrijf, een broodjeswinkel in hartje Amsterdam. Ook bij dit bedrijf is zij intensief betrokken. Verder heeft zij drie kinderen en kiest ze er zeer bewust voor om haar gezin op de eerste plaats te zetten. Hoe krijgt zij deze complexe werkelijkheid in balans, en hoe houdt ze die balans vol? Manon: “Afwisseling in mijn leven is voor mijn geluk en ontwikkeling noodzakelijk. Ik ben niet het type dat thuis zit en niets doet.” Het woord succesvol zegt haar niets, zij is tevreden met hoe zij in het leven staat.
Gyzlene Zerouale
Gyzlene werd in Marokko door haar grootmoeder opgevoed. Moeder en grootmoeder doordrongen haar van de noodzaak te leren. Gyzlene zet zich nu zelf actief in voor kansarme kinderen in Marokko, met de stichting Share a Smile! (klik hier). Gyzlene heeft met overgave diverse studies gevolgd; als docent geeft zij het plezier in leren door aan haar studenten. Maar ook al is Gyzlene tevreden met haar werk, haar leven is nog niet in balans. Vanuit de familie voelt zij enige druk om een keuze te maken voor het gezin. Ook Gyzlene staat dus op een kruispunt in haar leven.

Samenvatting van ‘De weg naar succes’

Nederland telt ruim 830.000 niet-westers allochtone vrouwen. Dat is ongeveer tien procent van de totale Nederlandse vrouwelijke bevolking. Van hen bevindt 79 procent zich in een kansarme dan wel kwetsbare positie als het gaat over de mate van participatie aan de Nederlandse samenleving.
Maar er is ook een steeds groter wordende groep jonge allochtone vrouwen die niet te stoppen is. Zo blijken allochtone meisjes met een diploma vaker dan autochtone meisjes door te stromen naar vervolgonderwijs. Ze kiezen dan bovendien vaker dan autochtone vrouwen voor de hoogst mogelijke vervolgopleiding met goede carrièrekansen.
‘De weg naar succes’ is een boek over de professionele ambities van carrièrevrouwen die naast Nederlander ook Turks, Marokkaans, Surinaams, Chinees, Burundisch, Iranees of bijvoorbeeld Pools zijn. Wat hebben zij gedaan om hun weg te vinden en succesvol te zijn in hun werk? En hoe maken ze gebruik van hun biculturele achtergrond?
In ‘De weg naar succes’ geven Alexander Rinnooy Kan (voorzitter SER), Harry Starren (directeur managementcentrum De Baak), powerfeministe Heleen Mees en Tineke Bahlmann (econoom en lid van het Commissariaat van de Media) hun visie op hun ervaringen met biculturele professionals.
Bron: http://www.managementboek.nl/boek/9789046805497/de_weg_naar_succes_koos_de_wilt

interview met Guusje ter Horst- maak managers diversiteitsproof

BZK-minister Guusje ter Horst in gesprek met Yesim Candan
‘Maak managers diversiteitsproof’
De diversiteitsambities van minister Guusje ter Horst zijn ferm. Het percentage allochtonen bij het rijk, nu ongeveer 6 procent, moet in 2011 met de helft zijn toegenomen. Yeºim Candan, die de nodige autoriteit geniet op het gebied van diversiteit, vraagt zich af hoe de overheid dit verschil gaat maken. Onder meer door ‘voorrangsbeleid’, legt de minister uit.Door: Heleen Hupkens  |  7 november 2008
Yesim Candan: ‘Mensen om mij heen worden nogal eens moe van al het gepraat over diversiteit. Ze denken dat het een hype is en missen hierdoor de kern van het verhaal. Hoe maakt u het concreet?’Guusje ter Horst: ‘Dat is simpel. Wij willen dat de overheid een divers samengestelde ­organisatie is. Om twee redenen. Eén, omdat we al het talent ­willen aantrekken dat er is in Nederland. De arbeidsmarkt is overspannen, dus je moet erg je best doen om goede mensen te krijgen. En twee, we vinden dat mensen zich moeten kunnen herkennen in de overheid. Als er alleen maar witte mannen werken met grijs haar van boven de vijftig, herkennen mensen zich daar niet in. Daar moet je dus iets aan doen.’Candan: ‘Moet de werkgever er actief iets aan doen? Groeit diversiteit volgens u vanzelf naarmate de samenleving diverser wordt, of zou je quota moeten stellen zoals men dat in de VS doet?’
Ter Horst: ‘Ik denk niet dat het vanzelf gaat. De wereldbevolking bestaat vanaf Adam en Eva voor 50 procent uit mannen en voor 50 procent uit vrouwen. Dat heeft er nog nooit toe geleid dat taken en functies gelijk verdeeld werden, zeker als je kijkt naar hogere functies. Ik denk dat het met culturele diversiteit ook niet vanzelf gaat. Met stimuleringsmaatregelen kun je het percentage wel verhogen. Vooral de selectie is een aandachtspunt. Selectiecommissies hebben de neiging om mensen aan te nemen die op henzelf lijken. Zolang de meeste commissies zo “unisono” zijn samengesteld, is de kans dat je een diverse organisatie krijgt dus niet groot. Je moet maatregelen nemen. Ik heb persoonlijk niks tegen quotering. Je ziet dat dat in Noorwegen goed gewerkt heeft als het gaat om de benoeming van vrouwelijke leden van raden van bestuur en raden van toezicht. Maar je moet dat alleen doen als er draagvlak voor is. Ik ­constateer dat dat draagvlak er in Nederland niet is. De quoteringssystemen die er zijn hebben wel effect ­gesorteerd, zoals bij politieke partijen, waarbij op een lijst zoveel procent vrouwen of mensen met een andere culturele achtergond moeten staan. Je ziet dat dat na een aantal jaren z’n vruchten afwerpt.’
Candan: ‘Kijken we dan naar de must of de ­meerwaarde? Als we het over quota hebben dan gaat het over de must. Ik ben al jaren bezig om bedrijven te overtuigen van de meerwaarde van culturele diversiteit. En dat is best lastig. Hoe kun je managers stimuleren om bicultureel talent aan te nemen op grond van de meerwaarde die dat met zich meebrengt? Bijvoorbeeld een team dat meer out of the box gaat denken of werkprocessen die creatiever worden.’
Dit verhaal werd gepubliceerd in de PM Special Onbekend talent, die verscheen op 7 november 2008. De artikelen uit deze special zijn met andere verhalen over diversiteit bij het rijk gebundeld in het Dossier diversiteit.Guusje ter Horst (1951) wil als minister van BZK meer vrouwen en meer allochtonen in (hogere) overheidsfuncties krijgen. In de begroting BZK is hiervoor 9,3 miljoen euro extra gereserveerd. Ter Horst was van 1986 tot 2001 raadslid en wethouder van de PvdA in Amsterdam en van 2001 tot 2007 burgemeester van Nijmegen.
Yeºim Candan (1975) groeide op in een Turks gezin in hartje Rotterdam, Ze studeerde aan de International School of Economics Rotterdam (ISER) en bedrijfskunde aan de Universiteit Nyenrode. Candan werkte als programmamanager bij De Baak en geeft colleges en workshops over de kracht van biculturaliteit. Ze treedt regelmatig op in de media over dit soort thema’s.
Ter Horst: ‘Die meerwaarde is er, maar als mensen die niet zien dan is het niet gemakkelijk om hen daarvan te overtuigen. En overtuigen lukt volgens mij pas als mensen ermee geconfronteerd worden. Die directe confrontatie regel je door de must. Wij hebben nu gezegd: op vijftig managementposities willen we mensen hebben met een andere culturele achtergrond. Je moet met elkaar afspreken dat je tot een diverse organisatie wilt komen. Wij hebben daar toch al eerder eens een discussie over gehad in Buitenhof?’
Candan: ‘Ja, ik maakte me hard voor overtuiging als instrument, maar daar ben ik inmiddels van teruggekomen. Je loopt in de praktijk aan tegen een heleboel vooroordelen die je moet breken. Voor diversiteit heb je een ander soort leiders nodig, leiders die flexibel zijn. Leiders zoals Obama, die verschillende groepen aanspreekt. Leiders die open staan voor verandering. Zijn de huidige overheidsmanagers flexibel genoeg?’
Ter Horst: ‘We gaan natuurlijk geen mensen vervangen alleen omdat ze niet voldoende flexibel zijn in dit opzicht. Daar moet je reëel in zijn. De vijftig mensen die we willen benoemen zijn voor mij belangrijk, omdat ik ervan uit ga dat zij ook beter in staat zijn om bicultureel talent aan te trekken en te behouden. Uit diverse onderzoeken blijkt dat mensen met een andere culturele achtergrond weer vertrekken omdat ze zich niet thuisvoelen bij de overheid. Dat is buitengewoon spijtig. Een van de lessen die we daaruit kunnen trekken is dat het niet verstandig is om in een eenzijdig samengesteld team één iemand met een andere achtergrond neer te zetten. Grote kans dat het dan misgaat. Daar moet je met je plaatsingsbeleid rekening mee houden.’
Candan: ‘Dus moet je ook een cultuurverandering laten plaatsvinden.’
Ter Horst: ‘Maar hoe doe je dat? Niet door tegen mensen te zeggen dat ze hun cultuur moeten veranderen. Die komt tot stand als er mensen in de groep worden opgenomen die een andere culturele achtergrond hebben. Anders is er geen enkele noodzaak om tot cultuurverandering te komen. Managers bij het rijk moeten meer ‘diversiteitsproof’ worden. Dat wil zeggen dat je als manager niet alleen mensen met een biculturele achtergrond binnenhaalt, maar ook alert moet zijn op signalen die aangeven dat er een dominante cultuur is waar deze mensen zich mogelijk niet in thuisvoelen.’
Candan: ‘Niet alle managers zijn blij met het ­diversiteitsbeleid; zij zien hogere functies aan hun neus voorbij gaan.’
Ter Horst: ‘Het is natuurlijk ook een machtskwestie. Elke organisatie is een soort piramide, velen willen naar de top. Als je stimuleert dat mensen met een biculturele achtergrond op hogere functies komen, ook door het aannemen van zogenoemde zij-instromers, dan nemen de mogelijkheden voor anderen af. Dat moet je herkennen en erkennen. Maar moet je dan van tevoren zeggen dat je op een bepaalde vacature een vrouw of iemand met een andere culturele achtergrond wilt benoemen, wat volgens de Europese richtlijn discutabel is, of  moet je gewoon iedereen laten solliciteren? Ik ben ervoor duidelijkheid te creëren. Om te zeggen dat bij de vervulling van een vacature we eerst de brieven van vrouwen of allochtonen behandelen en als we er dan niet uitkomen pas de andere.’
Candan: ‘Voorkeursbeleid dus?’
Ter Horst: ‘Voorrangsbeleid zou ik het willen noemen. Bij voorkeursbeleid is het meestal “bij gelijke geschiktheid gaat de voorkeur uit naar”. Bij de politie hebben we een planning gemaakt van alle vacatures die de komende jaren vrijkomen. Als bij een korps  de komende jaren tien vacatures vrijkomen en je wilt werken aan een divers personeelsbestand, dan weet je: als je de eerste vijf vervult met mannen, dat zul je bij de  laatste vijf vrouwen moeten benoemen. Dan kun je je niet verschuilen achter “dat wisten we niet” of  “we kunnen ze niet vinden”. Als je een organisatie ruimte geeft, maak je er geen strijd van bij iedere vacature.’
Candan: ‘Wat kan de medewerker er zelf aan doen? Bestaat er een glazen plafond?’
Ter Horst: ‘Volgens mij moet je gewoon je best doen, laten zien wat je kan en niet te bescheiden zijn zodat niemand je opmerkt. Ik ben ervan overtuigd dat als iemand binnen is,  talent herkend wordt.’
Candan: ‘Ik geloof in “it takes two to tango”, de organisatie moet eraan werken, maar ik vind ook dat bicultureel talent moet geloven in zijn eigen kracht en niet in de slachtofferrol moet gaan zitten. Nederland woont op een schat aan culturen. Diversiteit is investeren van beide kanten.’
Ter Horst: ‘Ja.’
Bron: http://www.pm.nl/index.php?page=in-gesprek-maak-managers-diversiteitsproof

Women on stage

Yeþim Candan (12 mei 1975) groeide op in een Turks gezin in hartje Rotterdam. Op haar basisschool was 98% van de kinderen allochtoon en maakte Yesim kennis met de multiculturele samenleving. Een groot verschil met het latere Montessori Lyceum met 1% allochtone leerling. Yeþim ontwikkelde de zelfstandigheid die het Montessori Onderwijs voorstaat. Mede geïnspireerd door haar eigen biculturele achtergrond, ging Yeþim naar de International School of Economics (ISER) en volgde ‘case’ onderwijs met studenten uit de hele wereld. Ze leerden er veel presenteren met Engels als voertaal. Yeþim’s inlevingsvermogen voor regels en codes in andere culturen groeide.

Na ISER volgde Yeþim aan de Erasmus Universiteit twee intensieve halfjaar seminars over de Europese economie en geïnspireerd besloot ze aan Universiteit Nyenrode Bedrijfskunde te gaan studeren, afstudeerrichting General Management. Aan Nyenrode studeerden (i.t.t. ISER) bijna geen biculturelen. Yeþim schrok van de slechte beeldvorming over Turkije en besloot een reis te organiseren voor haar studentencommissie. Turkse instellingen sponsorden de reis waarin ze haar medestudenten het échte Istanbul, Turkse volk en de jetset zien.
 
Na Nyenrode werkte Yeþim bij Reckitt Benckiser, een groot fast mover consumer good bedrijf, maar haalde weinig voldoening uit haar marketingfunctie. Om te ontdekken wat echte missie was, zette ze haar carrière een jaar stil en werd o.a. een half jaar au pair van drie kinderen. Met hulp van een carrière coach merkte ze dat Amnesty, Greenpeace, Unicef lonkten, maar dat bleken moeilijk toegankelijke organisaties. Na enkele teleurstelleningen zag Yesim op een dag het tijdschrift ‘People, Planet & Profit’ met daarin een interview met Harry Starren over De Baak. “Hier moet ik werken!” dacht ze. Ondanks de personeelsstop bij De Baak, hield Yeþim vol en werd uiteindelijk aangenomen vanwege haar overtuigende ambitie. 

Haar eerste opdracht was het organiseren van het seminar ‘Turkish Leadership in the European Business Environment’. Doordat ze oud-minister Verdonk en de Turkse ambassadeur gestrikt had, werd het een succes in de Turkse en Nederlandse media. Yesim besloot een vergelijkbaar iets te organiseren voor andere biculturele hoogopgeleiden in Nederland, omdat ze vond dat de beeldvorming over deze groep negatief is onder Nederlandse hoogopgeleiden. Ze vroeg per brief om de steun van de Minister-president en werd uitgenodigd voor persoonlijk gesprek in het Torentje. Vervolgens mocht ze een toespraak over haar missie houden in de Ridderzaal, toegehoord door alle ministers. Zij presenteerde haar inspiratiewedstrijd voor&door bicultureel talent: ‘Inspiratie voor Integratie’ (IVI). 

Het motto van Yeþim is: “Alles wat je aandacht geeft groeit”. Zij introduceerde het woord ‘bicultureel’ waardoor ophef in de media ontstond. Yesim wil met IVI Nederland triggeren om positiever te denken over mensen met een tweede cultuur. Door lobbyen kreeg ze van belangrijke mensen steun. IVI- juryvoorzitter waren achtereenvolgens de burgemeesters Opstelten en Cohen en SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan. IVI heeft twee doelstellingen: 
1) aan biculturelen duidelijk maken dat een tweede cultuur een verrijking is; 
2) het bedrijfsleven duidelijk maken waarom ze deze mensen moeten aannemen. 

Yeþim kwam met IVI vaak in de media, zoals het NRC Handelsblad en televisieprogramma’s als ‘Buitenhof’, ‘Business Class’, ‘De Wereld Draait Door’ en omroep MAX. Ze voelt zich een boodschapper van ‘positiviteit’. Dankzij ervaringen met IVI ontwikkelde ze haar hoorcollege ”De kracht van biculturaliteit”, over wat Nederland laat liggen aan bicultureel talent momenteel. Ze geeft daarnaast Netwerk Colleges en Inspiratie Workshops. Ze bouwde in korte tijd een groot netwerk op, waarbij inspiratie en visualisatie haar geheime wapens zijn.
Bron: http://www.womenincagency.nl/women2/?pg_aid=257